top of page

Burgerschap

  • Foto van schrijver: Eveline
    Eveline
  • 24 jun 2018
  • 7 minuten om te lezen

“Burgerschapsvorming moet meer aandacht krijgen, vindt Platform Onderwijs 2032. Maar tot wat voor burgers willen we leerlingen opvoeden? Worden zoals wij. Dát is burgerschapsvorming in Nederland.” (Mellink, 2016).


Voordat we verder inzoomen op burgerschap in zowel Nederland als in Canada is het handig om eerst even uit te leggen wat burgerschap nu precies is, wij-leren.nl (z.d.) beschrijft burgerschap als volgt: “Burgerschapsvorming is het vormen van leerlingen die actief meedoen aan de samenleving en een positieve bijdrage leveren aan de samenleving.” Burgerschapsvorming is geen vak dat gegeven wordt maar het is wel een taak van de school om burgerschapsvorming vorm te geven in de school. Dit is wettelijk verplicht.


Burgerschapsvorming kan worden onderverdeeld in drie kern domeinen:

  • Democratie: Door democratie kunnen verschillende opvattingen op vredige manier tot oplossingen komen.

  • Participatie: Door een bijdrage te leveren aan de eigen leefomgeving en de verantwoordelijkheid ervoor te nemen.

  • Identiteit: Door te handelen vanuit je waarden en normen.

Daarbij werk je aan verschillende doelen om deze drie domeinen te kunnen behandelen. Wereldburgerschap wordt in de Wet op het Primair Onderwijs niet als zodanig genoemd. Maar volgens de wet moet het onderwijs:

  • De kinderen een oriëntatie bieden op de samenleving en de wereld om hen heen: dichtbij, veraf, toen en nu.

  • De kinderen voorbereiden op integreren en actief deelnemen aan de samenleving.

  • De kinderen leren om te gaan met een regenboog aan verschillen: in de klas, in de buurt, in het land en in de wereld

(Prior & Walraven, 2017).


Door aan deze doelen te werken zijn de kinderen bezig om een wereldburger te worden. Naast dat ze dan werken aan burgerschap zijn de begrippen internationalisering en diversiteit hier nauw mee verbonden. Want hoe kan je een wereldburger worden zonder in aanraking te komen met andere landen, culturen, mensen, gebruiken, normen en waarden en ga nog maar even door. Daarnaast is media hier een belangrijke schakel omdat media het allemaal een stuk makkelijker maakt om tot bepaalde informatie te komen.


Er wordt in Nederland op verschillend manier gewerkt aan (wereld)burgerschap, zoals door gebruik te maken van wereldoriëntatie methoden die er aandacht aan besteden, door actualiteiten te bespreken in de klas (zoals bijvoorbeeld met de ‘dag van vandaag’, ‘jeugdjournaal’), samen te vieren en samen te rouwen, liedjes en spelletjes die je samen doen, werkstukken en spreekbeurten van de kinderen, bespreken wie er in de groep zitten met de daarbij behorende ervaringen en gewoonten en door speciale projecten zoals inzamel- en/of sponsoracties bijvoorbeeld (Prior & Walraven, 2017).


Veel van deze dingen zie ik terug in Nederland, vooral het bespreken van de actualiteit en het gebruik van wereldoriëntatie methodes. Dit zijn dingen die ik eigenlijk wel dagelijks of wekelijks voorbij zag komen. We spraken regelmatig over andere culturen, landen of feesten waardoor de kinderen steeds meer over elkaar en anderen te weten kwamen. Ook werd er weleens besproken welke feesten kinderen met een andere cultuur hadden in de klas of werd er gepraat over vakanties en wat de kinderen daar hadden gezien/gehoord.


Het is zoals als eerder gezegd geen specifiek vak maar wordt verweven in het aanbod en dat is denk ik iets goeds en is ook belangrijk om kinderen op te kunnen leiden tot een goede wereldburger.


Burgerschap in Toronto is iets wat ik niet veel terugzie op mijn stageschool, best vreemd als je kijkt naar de mogelijkheden die er zijn en die niet moeilijk toe te passen zijn. Ik heb verschillende leerkrachten gevraagd hoe het zit en dingen opgezocht in de site van het schoolboard. Het komt er in het kort op neer dat hier in het curriculum voor de kindergarten en grade 1/2 weinig invulling in is. Het is iets wat meer en meer naar boven komt in de hogere grades. Maar zie ik het dan gewoon terug in de lessen? Wederom weinig, er wordt heel soms gepraat over andere landen, culturen etc. maar dat was vooral aan het begin toen ik vertelde dat ik uit Europa kwam en dat ik een andere taal sprak.


En juist hier vind ik het zo vreemd dat het op mijn stageschool zo weinig gebeurd, juist op een plek waar de diversiteit ontzettend groot is en de afstand om meer over elkaar te leren zo klein wordt hier niet de kans gegrepen.


Waar ik burgerschap wel in terug zie is het volkslied, dat gaat over dat iedereen from far and wide samen Canada vormt. Dit is ook terug te zien wanneer de gehele klas met elkaar zingt, er is dan een gevoel van samenhorigheid. Waar het op dat moment even niet uitmaakt wie je bent of waar je vandaan komt want samen vorm je Canada.


De stelling die aan het begin van mijn stageperiode geplaatst is is waar burgerschap mooi in naar voren komt is als volgt.


Stelling: Je persoonlijke waarden en normen moeten ondergeschikt zijn aan die van de school om met kinderen daar te gaan werken.


Ik ben het niet eens met de stelling. Ja je komt in een andere cultuur met andere normen en waarden en ik vind zeker dat je die moet respecteren. Maar je hoeft hiervoor niet je eigen

Normen en waarden aan de kant te zetten en maar te doen wat de nieuwe normen en waarden van je vragen.

Zo is op mijn stageschool in Canada het redelijk gebruikelijk om tegen de kinderen te schreeuwen. Ik ben erachter gekomen dat dat niet is omdat ze het leuk vinden om te schreeuwen, maar omdat dat voor sommige leraren de enige manier is om de kinderen een soort van te laten luisteren of om boven de kinderen uit te komen. Dit is iets waar ik mij totaal niet prettig bij voel en ik dus ook niet doe. Dit ook omdat ik al heb gezien wat voor effect dit op sommige leerlingen heeft, sommige leerlingen durven niks meer te vragen aan de leerkracht, huilen soms omdat ze zo geschrokken zijn of gaan zelf ook nog harder schreeuwen.


Ik ben hier ook al een paar keer met verschillende leraren over in gesprek gegaan maar de meeste zien het niet als schreeuwen en zien het echt enkel als de manier om de kinderen te bereiken. Want slecht gedrag bestraffen doen ze hier ook niet echt, omdat ze hier weinig (vinden de meeste zelf) mogelijkheden voor hebben. Ze kunnen een kind terug naar hun tafel sturen, strafwerk laten maken (heb ik nog geen enkele keer gezien maar er wordt gezegd dat ze dit soms wel doen, niet laten buiten spelen of naar ‘the office’ sturen. De consequenties die er dan soms gegeven worden hebben geen verdere gevolgen, er wordt daarna vaak niet met ze gepraat of iets dergelijks. Waardoor de kinderen het gedrag blijven vertonen.


Doordat mijn stageschool een school is met een gemengde populatie zitten er ook verschillen tussen normen en waarden van kinderen onderling maar ook van kinderen en de leerkracht. Zoals in het artikel van school en veiligheid (2016) wordt geschetst zou dit een erg mooie mogelijkheid zijn om juist van elkaar te leren en hierdoor diversiteit bijvoorbeeld bespreekbaar te maken. Jammer genoeg gebeurt dit totaal niet en wordt er vaak alleen maar ‘gezeurd’ over het feit dat de ouders weinig toevoegen en school maar als een day care zien i.p.v. een basisschool. Hierdoor zijn een hoop kinderen ook erg respectloos naar de leerkrachten en elkaar toe, dit is erg lastig op te lossen als dit alleen op school wordt aangeboden. Uit meerdere Britse en Amerikaanse onderzoeken blijkt namelijk dat ouderbetrokkenheid een positief effect heeft op het functioneren van leerlingen binnen school, niet alleen op het cognitieve vlak, maar ook op hun schoolprestaties en hun werkhouding. Dit geldt voor leerlingen van alle leeftijden, ongeacht de economische en etnische achtergrond van het gezin en het opleidingsniveau van de ouders (Smit e.a., 2006).


Er zijn een hoop dingen die ik persoonlijk dus echt anders zou aanpakken maar waar ik gelukkig wel over kan praten en in sommige klassen ook echt de vrijheid krijg om ze tot op zekere hoogte op mijn eigen manier kan doen. Maar waar ik ook de normen en waarden van de desbetreffende leerkracht respecteer en de leerkracht in haar waarden laat.


Dus nee ik denk zeker niet dat je normen en waarden ondergeschikt hoeven te zijn, zolang je de dialoog aangaat en elkaars normen en waarden maar respecteert. En daarnaast er samen met de mogelijkheden die je hebt, er het beste van probeert te maken door te kijken naar wat je van elkaar kan leren.


Dit was mijn reactie op de stelling aan het begin van mijn stage. Ik ben bepaalde dingen aan de slag gegaan, zo vind ik een fijn pedagogisch klimaat ontzettend belangrijk. Ik heb dit probeert te bereiken door een band op te bouwen met de kinderen. Dit heb ik vooral gedaan tijdens de werkmomenten. Door dan naar de kinderen toe te gaan en een gesprekje met ze aan te knopen of ze te helpen met een opdracht. Hierdoor heb ik al veel mooie gesprekken gehad met verschillende kinderen, zo kwamen ze verschillende kinderen naar mij toe om te zeggen hoe blij ze waren dat ik er was, of ze vroegen waarom ik er niet elke dag kon zijn. Dit zijn de momenten die voor mij heel erg belangrijk zijn dit omdat dit laat zien dat ze mij waarderen en zich prettig voelen bij mij. Daarnaast heb ik geprobeerd tijdens ruzies/meningsverschillen etc. de kinderen meer over elkaar te laten leren. Dus met ze in gesprek te gaan en ze laten zien dat ze verschillen of juist hetzelfde zijn en dat het daarom soms botst. Als ik er ruimte voor had gekregen had ik graag het venndiagram dat ik met de kinderen heb gemaakt breder getrokken. Nu ben ik met deze activiteit ook bezig geweest met burgerschap want ze hebben meer geleerd over elkaar en verschillende culturen en landen. Maar ik had er graag posters willen maken die aan de wand gehangen konden worden zodat de kinderen er nog eens naar konden kijken en zo meer konden onthouden.


Prior, F., & Walraven, G. (2009). De wereld wordt kleiner als je groter wordt. Geraadpleegd op 17 juni 2018, van https://www.samsam.net/wp-content/uploads/2015/06/De-wereld-wordt-kleiner-als-je-groter-wordt.pdf


Stichting school & veiligheid (2016). Botsende waarden in en op scholen. Geraadpleegd op 17 mei 2018, van https://www.schoolenveiligheid.nl/wp-content/uploads/2016/09/Position-Paper-SSV-Botsende-waarden-op-en-rond-scholen.pdf


Smit, F., Sluiter, R. & Driessen, G. (2006). Literatuurstudie ouderbetrokkenheid in internationaal perspectief. Nijmegen: ITS-Radboud Universiteit.


Wij-leren (z.d.). Burgerschapsvorming. Geraadpleegd op 17 juni 2018 van https://wij-leren.nl/burgerschapsvorming.php

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


© 2018 by Eveline Engering

SUBSCRIBE VIA EMAIL

bottom of page